Meer
Publicatiedatum: 27-09-2017

Inhoud

Vooruitblik 2018

Vooruitblik 2018

  • Inleiding
    Voor het opstellen van de begroting 2018 is het van belang dat de Raad een aantal uitgangspunten vaststelt. In dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten voor de begroting 2018 uitgewerkt. Afwijkingen als gevolg van nieuwe inzichten op de uitgangspunten worden bij de begroting 2018 gemotiveerd.
  • Ontwikkelingen met betrekking tot de informatie in de Programmabegroting 2018.
    In de programmabegroting 2018 willen we een nieuw ontwikkelprogramma toevoegen. Het ontwikkelprogramma Omgevingswet. De implementatie van de omgevingswet heeft naar onze mening zo’n impact dat het goed is u hier via een ontwikkelprogramma van op de hoogte te houden.

  • Beleid
    De begroting 2018 heeft als vertrekpunt het bestaande beleid 2017. Raadsbesluiten tot en met de raadsvergadering van juli 2017 verwerken we in de begroting 2018. Wijzigingen in beleid die daarna plaatsvinden zullen we via een wijziging van de begroting verwerken, na vaststelling van de begroting.

  • Nieuw beleid
    Van nieuw beleid is sprake wanneer wij nieuwe taken krijgen toebedeeld of wanneer wij van mening zijn dat wij nieuwe taken moeten uitvoeren om bepaalde ontwikkelingen te realiseren. Nieuw beleid is ook nieuwe investeringen en bestaande investeringen die uitgebreid worden met nieuwe toepassingen. In de begroting 2018 houden wij geen rekening met een stelpost voor nieuw beleid. Wij gaan uit van het principe dat voor nieuw beleid oud beleid wordt verminderd of dat we met een apart voorstel naar de raad komen voor dekking. In het hoofdstuk investeringslijst/nieuw beleid 2018 zijn de investeringen en het nieuw beleid opgenomen waarmee wij rekening willen houden in de begroting 2018.
  • Loonontwikkeling
    De Cao gemeenten loopt tot 1 mei 2018. De afspraken die in deze Cao zijn gemaakt nemen we mee in de begroting 2018. Voor de rest van 2018 sluiten we aan bij de verwachting van het CPB zoals deze worden gepubliceerd in de meicirculaire. Dit cijfer wordt door de toezichthouder ook gebruikt bij de beoordeling van de begroting.

  • Prijsontwikkeling
    Om een zo reëel mogelijke inschatting te maken van de prijsontwikkeling voor 2018 sluiten we aan bij de prijsontwikkeling die in de meicirculaire wordt gepubliceerd. Vanwege de ombuigingstaakstelling is de afgelopen jaren terughoudend omgegaan met prijsontwikkeling. We verhogen de budgetten niet standaard met de prijsontwikkeling. We vinden het echter onverantwoord om geen prijsontwikkeling te ramen in de begroting. Wij stellen voor om voor de gevolgen van de prijsontwikkeling een stelpost op te nemen.

  • Rente
    De rente die we hanteren in de begroting komt overeen met de rente die we daadwerkelijk betalen. Voor 2018 gaan we uit van de rente die we betalen op onze langlopende leningen. Dit is gemiddeld 4,44%.

  • Afschrijvingen
    Voor bestaande activa worden de afschrijvingsnormen gehanteerd zoals beschreven in het afschrijvingsbeleid dat eind 2011 is vastgesteld door uw Raad. Afschrijving vindt lineair plaats en de lasten gemoeid met de afschrijving worden in het jaar van investering volledig meegenomen. In de raming van de kapitaallasten worden in het eerste jaar van de investering zowel rente als afschrijving volledig meegenomen.

  • Reserves
    Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves vinden plaats op basis van het resultaat voor bestemming. Dat wil zeggen dat het saldo van baten en lasten van de verschillende programma’s, de algemene dekkingsmiddelen en het bedrag voor onvoorzien wordt bepaald, zonder dat hierin toevoegingen en onttrekkingen zijn opgenomen. Vervolgens kunnen toevoegingen en onttrekkingen aan reserves plaatsvinden.

  • Vrijval kapitaallasten
    De vrijval van de kapitaallasten kan gebruikt worden voor vervangingsinvesteringen. Over vervangingsinvesteringen spreken we als de investering dezelfde eigenschappen heeft als de eerdere investering. Nieuwe toepassingen vallen in principe onder nieuw beleid. De vrijval van de kapitaallasten voor 2018 is € 241.000.

  • Onvoorzien
    In de begroting moet een bedrag voor onvoorzien worden opgenomen. De norm die de toezichthouder hanteert bedraagt 0,6% van de algemene uitkering en de belastingcapaciteit samen. Gezien het huidige gebruik lijkt een bedrag van € 200.000 echter voldoende.

  • Onderuitputting
    Onderuitputting is de benaming voor incidentele voordelen van uiteenlopende aard die in een bepaalde situatie en jaarlijks kunnen optreden. Gezien het incidentele karakter van de onderuitputting kan dit ook slechts als incidenteel dekkingsmiddel worden ingezet. Wij hanteren een raming voor onderuitputting van € 500.000.

  • Rioolheffing
    Wij wensen de rioolrechten zo laag mogelijk te houden. Investeringen in de riolering worden sterk afgewogen op urgentie, nut en noodzaak. Basis voor de investeringen en het onderhoud vormt het Gemeentelijk Rioleringsplan dat de Raad op 14 mei 2013 heeft vastgesteld. We gaan voor de begroting 2018 uit van kostendekkende rioolrechten. Inzet van de voorziening toekomstig onderhoud en vervanging van riolering kan hier deel van uit maken. Gelet op de verwachte inflatie zullen de tarieven waarschijnlijk beperkt stijgen.

  • Afvalstoffenheffing
    We gaan voor de begroting 2018 uit van een kostendekkende afvalstoffenheffing.

  • Leges/Tarievenbeleid
    Diensten die door de gemeente verricht worden voor derden moeten naar onze mening zoveel mogelijk kostendekkend zijn. Ons tarievenbeleid is er op gericht dit te realiseren.

  • Toeristenbelasting
    Sinds 2008 is het tarief voor de toeristenbelasting € 1 per persoon per overnachting. Ondanks de inflatie van de afgelopen jaren willen wij het tarief voor de toeristenbelasting in 2018 handhaven op € 1 per persoon per overnachting. Dit om het toerisme niet te ontmoedigen.

  • Tarieven begraafplaatsen
    Diensten die door de gemeente verricht worden voor derden moeten naar onze mening zoveel mogelijk kostendekkend zijn. Voor de begraafplaatsen passen we dit principe niet toe. We houden de tarieven gelijk aan 2017.

  • Uren investeringen
    In de begroting 2018 worden de uren eigen personeel voor investeringen in één keer ten laste van de exploitatie gebracht.

  • Onroerende zaakbelasting
    Voor 2018 laten we de OZB stijgen met het inflatiepercentage dat in de meicirculaire 2017 wordt gepubliceerd.

  • Gesubsidieerde instellingen
    Vanaf 2014 indexeren we de budgetcontracten en meerjarige subsidie afspraken weer. Uitgangspunt voor budgetcontracten is één ‘accrespercentage’ voor het totale subsidiebedrag. Daarbij wordt uitgegaan van een gewogen gemiddelde van een aantal factoren. Voor de meeste contracten/afspraken hanteren we het volgende index methode voor 2018:

    80% van de prijsmutatie overheidsconsumptie lonen en salarissen en 20% van de prijsmutatie algemene prijsontwikkeling zoals gepubliceerd in de meicirculaire 2017. We kijken daarbij naar de percentages van 2016. Deze percentages zijn de uiteindelijke percentages, waardoor verrekening achterwege kan blijven.

    Voor de zwembaden is het indexpercentage opgebouwd uit iets meer onderdelen. Waaronder de ontwikkeling van de energieprijzen. Deze afspraken over de indexering liggen vast in contracten.

  • Huurprijzen accommodaties
    Voor de aanpassing van de huurprijzen sluiten wij aan bij de verwachte stijging van het consumentenprijsindexcijfer zoals dat wordt gepubliceerd in de meicirculaire 2017. Daarnaast kijken we naar marktconforme tarieven.

  • Algemene uitkering
    Voor de algemene uitkering houden wij in de begroting 2018 rekening met de cijfers zoals het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties deze publiceert in de mei of juni circulaire.

  • Kerngegevens
    Verder wordt bij het opstellen van de begroting uitgegaan van de volgende kerngegevens, die ook door het ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties worden gebruikt voor het berekenen van de Algemene uitkering:
    Aantal inwoners                         43.500
    Aantal wooneenheden                         19.500
  • Gemeenschappelijke regelingen
    In de begroting 2018 houden we rekening met de vastgestelde bijdragen op basis van de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen.
    Met de gemeenten in de Regio Achterhoek hebben we een richtlijn afgesproken. Voor de begrotingen 2018 komt deze richtlijn er op neer dat de inwonerbijdrage van een gemeenschappelijke regeling mag stijgen met 0,9%. Daarbij is het uitgangspunt wel dat er sprake is van ongewijzigd beleid.

  • Overschotten
    In april heeft u beleid vastgesteld voor het bestemmen van overschotten. Daarbij is de volgende volgorde van behandeling van een overschot vastgesteld.
  1. het aanvullen van de algemene reserve tot het weerstandsvermogen gelijk is aan twee
  2. het aanvullen van de algemene reserve tot de solvabiliteit gelijk is aan 35%
  3. incidentele beleidsvoornemens (van de raad)
  4. het aanvullen van de bestemmingsreserves waarvoor dit bepaald is tot het plafond van de bestemmingsreserves, waarbij het restantresultaat steeds gelijkelijk verdeeld wordt over de reserves die nog niet aan het plafond zitten.
  5. teruggaaf Onroerende Zaakbelasting (OZB) door middel van een korting op de aanslag in het volgende jaar.

Doelstellingen